,

Zo krijg jij altijd gelijk!

Aan de hand van onderzoek vanuit de sociale psychologie heeft Leo Pot een boek geschreven “Hoe krijg je altijd gelijk”. In dit boek geeft hij 49 psychologische inzichten om met subtiele manipulatie zaken naar je hand te zetten. Ik geef vandaag drie van mijn favorieten tips uit het boek om situaties naar je hand te zetten. Ik vertrouw er natuurlijk wel op dat jij als kijker deze inzichten op een morele manier gebruikt! Ben jij benieuwd naar de rest van het boek dan heb je geluk!

Tip 1:

Wanneer jij een groep mensen wilt overhalen om mee te gaan in jouw ideeën of in te stemmen met jouw voorstel dan is het slim om iets lekkers mee te nemen. Dus stel jij wil heel graag met je vrienden op vakantie naar Ibiza en jullie gaan die avond jullie vakantieplannen bespreken. Neem dan een lekkere taart mee en stel daarna Ibiza voor. Het begrip “wederkerigheid” gaat dan namelijk zijn werk doen: jij hebt iets aardigs voor hen gedaan, zij zijn eerder bereid om iets voor jou te doen.  Daarnaast verhoogt gebak het glucoseniveau. Met meer suiker in het bloed reageren mensen minder agressief en dat kan jou helpen tijdens het onderhandelen!

Tip 2:

Moet jij een belangrijke presentatie geven of heb jij een belangrijke afspraak? Zorg er dan voor dat jij en die presentatie uitzien om door een ringetje te halen. Uit onderzoek blijkt dat wanneer jij en je presentatie er goed verzorgd en netjes uitzien jij geloofwaardiger overkomt. Zo bleek uit een onderzoek dat mensen 535 dollar wilden investeren bij een beleggingsadviseur in pak in plaats van 352 dollar bij een beleggingsadviseur in vrijetijdskleding. Het is dus slim om tijdens een presentatie geen slobbertrui te dragen maar een nette blouse of overhemd. Daarnaast is het ook echt de moeite waard om wat extra tijd te stoppen in de vormgeving van je powerpoint of Prezi presentatie. Uit onderzoek blijkt dat zelfs belangrijke financiële beslissingen, gebaseerd op doorgaans saaie rapporten met cijfers, worden beïnvloed door de vormgeving van en de graphics in die rapporten.

Tip 3:

Wanneer je iemand ergens van probeert over te halen is het slimmer om het woordje jij te gebruiken dan om te spreken over “men” of om in de derde persoon te spreken. Stel je hebt een discussie met je vriend over het wel of niet dragen van een spijkerbroek naar een bruiloft. Jij vindt een spijkerbroek niet gepast en je wilt dat hij het eens wordt met jou punt dan kun je beter zeggen; “Je weet toch dat het niet gepast is om een spijkerbroek aan te trekken naar een bruiloft” dan “Iedereen weet dat het niet gepast is om een spijkerbroek aan te trekken naar een bruiloft”. Als je het woordje “jij” gebruikt dan is de kans groter dat hij het met jou in zal stemmen.

, ,

Psycholoog Najla in de media: LINDA.tv – Psych, wat moet ik nu?

Op LINDA.tv beantwoord ik in ‘Psych, wat moet ik nu?’ vragen van lezers over de onderwerpen depressie, stress en angst.

Bekijk hier alle afleveringen.

 

Bekijk hier aflevering 1:

Bekijk hier aflevering 3:

,

Psycholoog Najla in de media: VROUW.nl – Winterdip

Nergens zin in hebben, het liefst de hele dag in bed blijven liggen. Zeker met dat typische novemberweer. Veel mensen, vooral vrouwen, hebben in deze periode dan ook last van vermoeidheid en lusteloosheid. VROUW.nl interviewde mij over dit onderwerp.

Lees hier het artikel voor tips en info over winterdips!

,

Borderline

Wat is Borderline? 

Het leven van personen met Borderline is op verschillende gebieden vaak niet zo stabiel als bij een gemiddeld persoon. Over het algemeen geldt dat de relaties, het gedrag, het zelfbeeld en emoties meer instabiel zijn dan bij een gemiddeld persoon. Deze gebieden zullen in deze video worden besproken om een beeld te krijgen hoe het leven van iemand met Borderline eruitziet. Belangrijk om te weten is dat deze video en het beeld dat geschetst wordt gebaseerd is op onderzoek bij de populatie personen met een Borderline diagnose. Individuele verschillen zijn altijd mogelijk en niet alles wat genoemd wordt komt bij iedereen met Borderline voor.

Borderline is een persoonlijkheidsstoornis. Het komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. In 2012 had ongeveer 1 % van de Nederlandse bevolking van 21 tot 67 jaar naar schatting een borderline-persoonlijkheidsstoornis. Van de mensen met borderline was ongeveer 73% vrouw en 27% man. Meestal zie je dat Borderline tot uiting komt tussen de 17 en 25 jaar. Wanneer mensen met een diagnose 30 tot 50 jaar zijn bereikt de meerderheid van de mensen met Borderline meer stabiliteit in hun relaties en beroep.

De relaties van mensen met Borderline hebben de neiging om intens, emotioneel en soms gewelddadig kunnen zijn. Iemand met Borderline kan sterke angst voor verlating hebben. Wanneer iemand het idee heeft afgewezen te worden heeft dit vaak gevolgen op het zelfbeeld. Dit kan ervoor zorgen dat iemand zich anders gaat gedragen en bijvoorbeeld erg boos kan worden op anderen. Als iemand hen verlaat kunnen mensen met Borderline zich in de steek gelaten voelen, boos worden of soms ook agressief. Vaak wordt er dan geprobeerd om de relatie te herstellen. Het kan er ook voor zorgen dat het zelfbeeld zo ernstig wordt ingedeukt, dat de persoon met Borderline zichzelf pijn wilt doen. Dit noemen we in de psychologie: automutilatie. De relaties van iemand met Borderline zijn dus erg onvoorspelbaar en intens. Ze kunnen iemand geweldig vinden en kort daarna iemand verschrikkelijk. Ze zijn in hun relaties extra gevoelig voor plotselinge veranderingen.

Iemand met Borderline heeft te maken met wisselend beeld van zichzelf. De waarden en doelen kunnen oppervlakkig zijn en gemakkelijk veranderen. Dit kan ervoor zorgen dat iemand met verschillende soorten vrienden omgaat en hier een soort van mee ‘experimenteert’. Dit kan zich ook uiten door het voorkomen van wisselende seksuele oriëntaties.

Sterke emoties komen vaak voor bij mensen met Borderline. Paniek, boosheid en wanhoop zijn emoties die vaker worden gevoeld. Deze emoties worden vaak veroorzaakt door gebeurtenissen met anderen, zoals wanneer iemand ervaart verlaten of genegeerd te worden. Iemand kan dan verbittert, sarcastisch of agressief reageren. Wanneer iemand boos is geweest wordt dit vaak opgevolgd door een periode van schaamte, schuldgevoelens of het idee slecht te zijn. Mensen met Borderline geven ook aan vaak een ‘leeg gevoel’ te ervaren.

Erg karakteristiek voor iemand met Borderline is de enorme variatie in stemming en gevoelens over zichzelf en anderen. Ze kunnen bijvoorbeeld snel wisselen in houden van iemand naar het haten van iemand. Door hun soms manipulatieve aard kunnen mensen met Borderline best wel veeleisend van vrienden, geliefden of therapeuten zijn. In het meest extreme geval kunnen personen met borderline dreigen met zelfmoord wanneer iets anders verloopt dan hij of zij verwacht.

Door het laten toenemen van emotionele stabiliteit en het laten afnemen van impulsiviteit kunnen met mensen Borderline herstellen. Bij een aantal van de mensen met Borderline blijft er echter een grotere kwetsbaarheid bestaan, met name in crisissituaties. Borderline wordt onder andere behandeld met schematherapie en dialectische gedragstherapie. Behandeling is altijd langdurig.

Bronnen:

https://www.volksgezondheidenzorg.info/onderwerp/persoonlijkheidsstoornissen/cijfers-context/borderline-persoonlijkheidsstoornis#!node-prevalentie-van-borderline-persoonlijkheidsstoornis-borderline-ps-bevolkingsonderzoek

Boek: Personality Psychology: Domains of Knowledge about Human Nature door R. Larsen, D. Buss, A. Wismeijer, 2013

Borderline personality disorder door Falk Leichsenring, Eric Leibing, Johannes Kruse, Antonia S New, Frank Leweke, 2011

DSM 4

Trimbos instituut Multidisciplinaire richtlijn persoonlijkheidsstoornissen Versie 1.0: Multidisciplinaire Richtlijn Persoonlijkheidsstoornissen. Richtlijn voor de diagnostiek en behandeling van

volwassen patiënten met een persoonlijkheidsstoornis (2008). Uitgever: Trimbos-instituut, Utrecht (art. no.: AF0806))

– Deze blog post en video zijn tot stand gekomen met behulp van Milou Nieuwenhuizen. –

,

Zo houd jij het sporten wel vol!

Er zijn verschillende barrières bekend die bijdragen of behoren tot de redenen waarom mensen opgeven om te sporten. Dit terwijl deze mensen wel graag zouden willen gaan sporten. De meest voorkomende barrières zijn: tijdsgebrek, kosten, gebrek aan toegang tot de juiste faciliteiten en apparatuur, gêne, gebrek aan zelfvertrouwen en gebrek aan een sportmaatje. Om ervoor te zorgen dat jij je aan je goede voornemens kunt houden heb ik hier vier wetenschappelijk bewezen tips die je helpen om het sporten vol te houden!

Tip 1

Stel een juist doel voor jezelf. Het stellen van doelen heeft volgens de literatuur grote invloed op de prestaties die iemand behaalt. Een juist doel heeft vaak de volgende elementen: het geeft je richting, verhoogt je motivatie, helpt met het leren hoe je je aan je voornemens houdt en hoe je de voornemens kunt bereiken. Wanneer doelen hier niet aan voldoen krijg je het effect van Nieuwjaar voornemens: het stellen van doelen stellen kunnen we, maar het behalen van een doel is veel moeilijker. Verder zorgt een doel ervoor dat de aandacht en onze inspanningen gericht zijn, waarbij sterker gewaardeerde doelstellingen leiden tot sterkere en langdurige inspanningen.

Tip 2

Het helpt je om een SMART doel op te stellen. Dit houdt in dat het doel haalbaar voor je is. Kijk of je doel Specifiek is: hoe wil je gaan sporten en hoe vaak. Is je doel ook meetbaar? Hoe weet je zeker of je je doel behaald hebt. “Meer gaan sporten of Vaker gaan sporten” is moeilijker vast te stellen dan “1 keer in de week sporten”. Is het doel acceptabel en actueel? Wil je wel écht gaan sporten? Een doel moet ook realistisch zijn. Van bijna nooit sporten naar vier keer in de week is misschien te hoog gegrepen. Zorg ervoor dat je doel realistisch is en het je vertrouwen geeft om het te behalen. Als laatste is het belangrijk dat een doel tijdsgebonden is. Wanneer wil je gaan sporten? En voor wanneer wil je je doel behaald hebben? Denk dus aan de SMART onderdelen in je doel.

Tip 3

Gebruik je verbeelding op de juiste manier! Er is onderzoek gedaan naar hoe de verbeelding van mensen samenhangt met de motivatie bij het sporten. Veel mensen verbeelden zich namelijk van alles in bij het sporten en bewegen. Ze zien zichzelf al zwetend in een aerobics groepsles van de sportschool staan of puffend het rondje in het park uitlopen. Maar welk soort verbeelding helpt om meer te gaan sporten? Vooral vrouwen verbeelden zich een beter uiterlijk verreweg het meeste in. Dit geeft wel intentie om te gaan sporten maar niet het daadwerkelijke gedrag. Je weet dat je eigenlijk vaker zou moeten sporten maar dit zorgt er nog niet voor dat je écht gaat sporten. Wat wel werkt om daadwerkelijk meer te sporten is het inbeelden van energie die je krijgt tijdens of door het sporten. Ook het oproepen van het plezier dat je tijdens het sporten of een technische uitvoering ervaart zorgt ervoor dat je je goede voornemens makkelijker waar kunt maken.

Tip 4

Maak bij je doel een planning en bij de uitvoering van je planning houdt je bij of je je aan de planning kunt houden. Achteraf kijk je of je het gewenste resultaat, je doel, hebt behaald. Dit heet zelfregulatie. Het helpt je om gedrag te veranderen, eigenlijk is het een proces dat je kunt doorlopen wanneer je iets gaat leren. Het is veel onderzocht in het onderwijs en de sportcontext. In beiden gebieden is aangetoond dat het zorgt voor efficiënt leren en het verbeteren van je prestaties. Hoe meer je zelfregulerend te werk gaat hoe beter je prestatie en vaardigheidsniveau zal zijn.

Bronnen:

Clark, S., E., Ste-Marie, D., M. (2007). The impact of self-as-a-model interventions on chil-dren’s self-regulation of learning and swimming performance. Journal of Sports Sciences, 25:5, 577-586, DOI: 10.1080/02640410600947090.

Day, T., Tosey, P. (2011) Beyond SMART? A new framework for goal setting, The Curriculum Journal, 22:4, 515-534, DOI: 10.1080/09585176.2011.627213

Gezondheidspsychologie. 2012. Val Morrison & Paul Bennet. Pearson

Hutter, V. Verbeelding en goede voornemens. (2011) via http://www.sportknowhowxl.nl/achtergronden/werkende-wetenschap/item/88947/

Jain, S., (2009) Self-Control and Optimal Goals: A Theoretical Analysis. Marketing Science 28(6):1027-1045. https:// doi.org/10.1287/mksc.1090.0492

Jonker, L. (2011). Self-regulation in sport and education: important for sport expertise and academic achievement for elite youth athletes. (Proefschrift). Rijksuniversiteit Groningen.

Jonker, L., Elferink-Gemser, M.,T., Visscher, C. (2012b). Efficiënt naar goud: het belang van zelfregulatie in de ontwikkeling van sporttalent naar topsporter. In H. Van Der Palen & J. Van Der Kerk (Ed.), Goud in elk kind Jeugdsport in een pedagogisch perspectief (86-101).

Locke, E., A., Latham, G., P,. (2002). Building a Practically Useful Theory of Goal Setting and Task Motivation: A 35-Year Odyssey.

MacLeod, L. Making SMART Goals Smarter. (2012).

Stanley, D.M., Cumming, J., Standage, S. & Duda, J.L. (verschijnt in 2012). Images of exercising: Exploring the links between exercise imagery use, autonomous and controlled motivation to exercise, and exercise intention and behavior. Psychology of sport and exercise, 13, blz. 133-141

Toering, T., Elferink-Gemser, M., T., Jonker, L., van Heuvelen, M., J., G., Visscher, C. (2012). Measuring self-regulation in a learning context: Reliability and validity of the Self-Regulation of Learning Self-Report Scale (SRL-SRS), International Journal of Sport and Exer-cise Psychology, 10:1, 24-38, DOI: 10.1080/1612197X.2012.645132

Weinberg, R., S., Gould, D. (2011). Foundations of sport and exercise psychology. United States of America: Human Kinetics.

– Deze blog post en video zijn tot stand gekomen met behulp van Milou Nieuwenhuizen. –

,

Psycholoog Najla in de media: LINDA.nieuws – #metoo

Niet voor het eerst in de #MeToo-discussie zijn er mensen die zich afvragen: waarom treden al die slachtoffers nu pas naar buiten met hun verhaal? LINDA.nieuws interviewde mij over dit onderwerp.

Lees hier het artikel.

,

Is het tijd voor therapie?

Veel mensen willen graag in behandeling bij een psycholoog maar weten niet zo goed hoe zij dit aan moeten pakken en wat hierbij komt kijken. Vandaag beantwoord ik jullie meest gestelde vragen hierover.

Wanneer ga ik naar een psycholoog?

Veel mensen denken dat zij in een enorme crisis moeten zitten voor zij psychische hulp in kunnen schakelen. Dit terwijl psychische problemen beter te behandelen zijn wanneer ze nog minder lang aanwezig en minder heftig zijn. Dit is te vergelijken met wanneer je bijvoorbeeld een wond hebt. Het beter om hiermee gelijk naar de dokter te gaan dan om te wachten tot hij ontstoken is. Wanneer het niet zo goed met je gaat is het verstandig om een afspraak met je huisarts te maken om samen te kijken of jij professionele hulp nodig hebt.

Hoe kom ik in contact met een psycholoog?

Allereerst is het dus goed om een afspraak te maken met je huisarts. Je huisarts kan je doorverwijzen naar een psycholoog van een aparte psychologen praktijk. Ook kan je huisarts ervoor kiezen om je door te verwijzen naar de POH-GGZ. Dit is een hulpverlener gespecialiseerd in psychische problemen die gekoppeld is aan de huisartsen praktijk. Hier wordt je vaak naar doorverwezen wanneer je problemen wat lichter zijn en wanneer je geen langdurige behandeling nodig hebt.

Wanneer je psychische klachten hebt die werkgerelateerd zijn dan kun je ook contact opnemen met je bedrijfsarts. Burn out klachten zijn hier een voorbeeld van. De bedrijfsarts, kan je net als de huisarts doorverwijzen naar een psycholoog.

Wat kost een bezoek aan een psycholoog?

Wanneer je hulp krijgt van de POH-GGZ dan zijn hier geen kosten aan verbonden. Wanneer je wordt doorverwezen naar een psycholoog van een losse psychologen praktijk dan ligt het aan de problemen die jij hebt of jouw behandeling wel of niet vergoed wordt door de zorgverzekering. De meeste behandelingen voor psychische problemen worden vergoed maar het is altijd slim om voorafgaande aan de behandeling te checken bij jouw verzekering of jouw behandeling vergoed wordt. Ook kan het zo zijn dat je een stukje van je eigen risico moet betalen. Ook hier kan jouw zorgverzekering jou meer over vertellen wanneer je contact met ze op neemt.

Ik durf geen afspraak te maken met een huisarts voor een doorverwijzing. Wat nu?

Veel mensen vinden het spannend om met de huisarts te bespreken dat het niet goed met ze gaat. Gelukkig hebben veel huisartsen een telefonisch spreekuur en kun je ze mailen. Misschien is het makkelijker voor jou wanneer je eerst via de telefoon of via de mail aan je huisarts vertelt wat er met jou aan de hand is in plaats van dat je dit gelijk in een gesprek doet. Huisartsen vinden dit vaak geen probleem. Ook mag je naar je huisarts iemand meenemen om jou te steunen tijdens dit gesprek. Dit kan een vriend of vriendin zijn, een van je ouders of iemand anders die jij vertrouwt.

Ik ben bang dat wanneer ik naar een psycholoog ga en mijn verhaal vertel ik emotioneel instort. Wat nu?

Een goede psycholoog zal stapje voor stapje met jou aan je problemen gaan werken in het tempo dat jij aan kunt. Je hoeft dus niet bang te zijn dat je in een keer je diepste geheimen hoeft te delen en je grootste angsten aan hoeft te gaan.

Denk jij aan zelfmoord? Wil jij nu met iemand praten? Bel dan 0900-0113 of chat met een van de medewerkers van 113 via www.113.nl